Doodslag
Doodslag
Het Strafwetboek definieert in artikel 393 ‘doodslag’ als volgt;
“Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd. Het wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.”
Het grote verschil met de misdaad ‘moord’ betreft aldus de voorbedachtheid. Zowel bij moord als bij doodslag had de dader de intentie om het slachtoffer te doden. De intentie is er om iemand van diens leven te beroven. Opnieuw wordt er voor deze intentie gekeken naar alle feitelijke omstandigheden en elementen in het dossier. Bij doodslag is er echter geen beraamd plan vóór de handeling geweest, de handeling is eerder in een opwelling gebeurd.
Als klassieke voorbeeld kan worden gegeven de casus waarin een echtpaar een zeer verhitte discussie heeft, het overspel van een van beide uitkomt en een van de partners hierop een mes neemt en de andere partner opzettelijk doodsteekt.
Het is ook hier opnieuw aan het Openbaar Ministerie om aan te tonen dat er daadwerkelijk sprake is van een opzet om iemand te doden. Als niet blijkt dat de verdachte opzettelijk iemand om het leven heeft gebracht, zal de rechter de verdachte moeten vrijspreken van doodslag.
Het Bannister team
Bekijk het gehele team
